SDG 07: Harelbeke verzekert toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen

In het jaar 2021 hebben we de verbruiken via een externe en interne energieboekhouding grondig opgevolgd. Met regelmaat worden de meterstanden genoteerd waardoor we een betere inzicht krijgen welk causaal verband aan de verbruiken zijn verbonden.

De meeste gebouwen hebben meterstanden die reeds vanaf het jaar 2000 werden genoteerd. Ook hebben we nu duidelijkheid over de verdeling van de energiestromen. Dat resulteert in nog meer gedetailleerde analyses die ons in staat stellen om trends, impact van investeringen, functiewijzigingen, pijnpunten en mogelijke quick-wins in kaart te brengen.

Dit jaarrapport beperkt zich tot de samenvatting van de meest belangrijke gebouwen van Stad Harelbeke, die ongeveer 80% van de totale energiekost (van gebouwen) uitmaken. Een detail-analyse van het energieverbruik per item en per gebouw kan men steeds opvragen bij de facilitaire dienst of raadplegen op Sharepoint rubriek Energie. 

Elektriciteitsverbruik

elektriciteitsverbuik

De oranje stippellijnen geven ons de richting aan om aan de doelstellingen te voldoen. De onderste lijn geeft aan waar we in 2020 moesten eindigen volgens de burgemeesterconvenantie (20% besparen t.o.v. 2005) en als we dat jaar als referentiejaar zouden nemen, waar we moeten eindigen om volgens de nieuwe intenties van de Vlaamse Gemeenschap in 2030 minstens 40% minder te verbruiken. Die doelstellingen van de Vlaamse Gemeenschap starten officieel met referentiejaar 2015 en wordt daarom aangeduid door de bovenste oranje lijn. De gele puntjeslijn visualiseert ons interne klimaatplan, waarbij ieder jaar 1% wordt bespaard.

In 2020 hadden we een klein dipje gehad dat te verklaren is met de uitbraak van Covid19. In 2021 hebben we weer een heropleving gehad, waardoor we wel onze eigen maar niet de Vlaamse doelstellingen halen. Door elektrificatie naar duurzamere gebouwen en wagens, is het logisch dat we voortaan meer elektriciteit zullen gebruiken.

Als we toch nog de doelstellingen van 2030 willen halen, zullen doorgedreven investeringen nodig zijn. Zonnepaneel-installaties met verhoogde zelfconsumptie, relighting, sturingen, sensibilisering, afstoten verlieslatende gebouwen, etc… zijn de belangrijkste items waar we de volgende jaren op moeten toeleggen.

Gasverbruik

gasverbruik

In deze grafiek worden diezelfde doelstellingen gevisualiseerd door de oranje en gele lijnen. Hier zien we duidelijk wat de impact van het warmtenet langs de Leie en de geothermie van school Zuid heeft teweeg gebracht. In 2021 hebben we een serieuze stijging in ons gas/warmtenet-verbruik. Dat kan grotendeels verklaard worden door de extra ventilatie dat nodig is in de scholen en cultureel centra om te voldoen aan de richtlijnen tegen de bestrijding van het coronavirus. 

Waterverbruik

waterverbruik

We zitten met een pak verouderde gebouwen die zich de laatste tijd vertalen in waterlekken die te laat worden gedetecteerd. In de jaren ’70 en ’80 werd ook niet geïnvesteerd in regenwaterrecuperatie waardoor we nu een hoge exploitatiekost hebben. We hopen dat het verbruik grondig zal dalen bij de vernieuwing van sommige gebouwen.

Met de nieuwe digitale watermeters die in 2021 en 2022 worden voorzien, houden we ons verouderd leidingnet voorlopig in de gaten en kunnen daardoor sneller optreden bij ondergrondse leidingbreuken.

Toch hebben we, ondanks de laatste waterlekken, nog steeds een kleine daling in het verbruik. Indien we dit verder zouden simuleren tot 2030, zou de mogelijkheid bestaan om het waterverbruik van 2015 met de bijna de helft te verminderen. 

Kost per gebouw

kost per gebouw

Als we het verbruik van elektriciteit, gas, warmtenet en water vertalen in een kost per gebouw, dan verkrijgen we bovenstaande grafiek. Daar merken we dat stadhuis en CC het Spoor + bib onze grootste kostenmakers blijven.

Het stadhuis kan grondig worden aangepakt bij het overschakelen naar het warmtenet, waarbij niet alleen op gas maar ook naar het te hoge elektriciteitsverbruik wordt gekeken.

De totale kost is met 15% gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat wordt verklaart door de 'woekerprijzen' voor gas en elektriciteit. Gelukkig is de stijging beperkt gebleven aangezien de eenheidsprijzen in de eerste negen maanden van 2021 aanzienlijk waren. Voor 2022 wordt het momenteel koffiedik kijken. Als de trend zich voortzet door de energiecrisis, zullen we bijkomende budgettaire maatregelen moeten nemen.

Conclusie

Stad Harelbeke blijft, volgens intercommunale Leiedal, een 'leading' rol spelen op het vlak van energiebewaking en doelgerichte energie-investeringen.

Facility en Grondgebiedzaken zal de komende jaren die leidersrol proberen te behouden door middel van een strikt programma van eisen voor de nieuwe gebouwen en innovatieve en doordachte investeringen voor de bestaande gebouwen.