Geschiedenis van Stasegem

De meeste Stasegemnaren zullen het je niet graag vertellen, maar Stasegem is nooit een onafhankelijke gemeente geweest. Toch is Stasegem altijd al een geval appart geweest. Genoeg redenen om het hier over de geschiedenis te hebben.

De vroegste sporen

De eerste vermeldingen van Stasegem als plaats vinden we in 1641 op de kaart van de Kasselrij Kortrijk in Flandria Illustrata van Sanderus.  Ook in het kerkarchief van Harelbeke duikt de naam Stasegem voor het eerst op in de 17e eeuw. Maar het grondgebied van Stasegem heeft al veel eeuwen vroeger een drukke bewoning gekend.  In de vorige eeuw kwamen heel wat belangrijke Gallo-Romeinse vondsten aan het licht.  Aan de rand van de Gavers vonden archeologen sporen van houten en stenen gebouwen, werden eikenhouten waterputten en afvalkuilen ontdekt en werden een hele reeks aardewerk, glas, brons en muntstukken opgegraven die het bewijs leveren dat er in Stasegem een balngrijke Gallo-Romeinse nederzetting is geweest tijdens de tweede en derde eeuw van onze tijdrekening.  Ook de Romeinse heerbaan Kassel-Tongeren zou doorheen doorheen Stasegem van Kortrijk naar Oudenaarde gelopen hebben. Stasegem lag op het kruispunt van de weg Oudenaarde - Kortrijk en de weg naar Zwevegem. Het was lang een drukke verkeersader.

Lange tijd is Stasegem het meest agrarische deel van Harelbeke geweest waar bijna uitsluitend landelijke bedrijven waren gevestigd.  Op een krijgskaart uit het einde van de zeventiende eeuw wordt ook melding gemaakt van een Sint-Antoniushermitage. Die was gelegen aan de westzijde van de Ommegangstraat.  Het bestaan van een kluizenaar te Stasegem wordt ook bevestigd door een inschrijving in de oude parochieregisters van Harelbeke waar op 21 december 1705 het overlijden genoteerd staat van Petrus Vanderbeken, eremiet te Stasegem.

Dat op zo een uitgestrekt landelijk gebied heel wat belangrijke hofsteden voorkwamen zal wel niemand verwonderen.  De belangrijkste waren het middeleeuwse "Goed Ter Halle", gelegen op de Gaverbeek langs de weg van Harelbeke naar Zwevegem en dat in 1969 gesloopt werd.  "Het Gehuchte" aan de grens met Kortrijk en sedert 1747 onafgebroken bewoond door de familie Hanssens, het "Goed te Staseghem" dat van 1685 tot het midden van de 19e eeuw bewoond werd door de familie Deconinck.

Stasegem1.jpg

Stasegem vanaf de 19e eeuw

Stasegem bleef uitsluitend landelijk gebied tot in 1835 August Deconinck op de hoek van de huidige Generaal Deprezstraat en Brouwerijstraat een nieuwe brouwerij liet bouwen.  Samen met de brouwerij liet hij ook twee rijen arbeiderswoningen bouwen bestemd voor zijn personeel. Een rij kwam in de huidige Generaal Deprezstraat, een andere in de Dorpsstraat. De ‘Staceghemse bieren' waren lange tijd een bekende naam in de regio.

Zo kwam geleidelijk een dorpskern tot stand en in 1874 achtte de plaatselijke brouwer het ogenblik gekomen om Stasegem als onafhankelijke gemeente te laten herkennen.  Om zijn doel beter te kunnen bereiken liet hij ook een kerk optrekken met de verwachting er een parochie te zien tot stand komen. De pogingen om van Stasegem een gemeente te maken mislukten en ook de poging om Stasegem als parochie te laten erkennen liepen voorlopig spaak. Het zou wachten zijn tot in 1901 tot Stasegem als parochie erkend werd en de kerk werd ingehuldigd. Tot zolang deed de kerk dienst als opslagplaats voor het bier van de brouwerij.

Het kanaal Kortrijk-Bossuit bracht een verbinding tot stand tussen de Leie en de Schelde en liep dwars door Stasegem. Het werd in januari 1860 geopend.  De spoorlijn Kortrijk-Denderleeuw verbond de Guldensporenstad rechtstreeks met Brussel. De lijn met halte in Stasegem kwam er in 1863. Op de zuidelijke grens van Stasegem werd in 1869 de spoorlijn Kortrijk-Ronse in gebruik genomen.  Vanaf dit ogenblik was de nodige infrastructuur aanwezig om van Stasegem een industriegebied te maken.  Niets is echter minder waar gebleken.  Men diende te wachten tot 1907 vooraleer de eerste fabriek op Stasegems grondgebied gebouwd werd.  Charles Vandenberghe en Charles Destombes stichtten in dat jaar de firma Abeille, een textielbedrijf langs de Oudenaardsesteenweg dicht bij de grens met Deerlijk. Deze firma sloot haar deuren na een hevige brand in 1967.  Een ommekeer kwam echter door de oprichting van twee fabrieken in Kortrijk op de grens met Stasegem. Daar werden op een achthonderdtal meter van de kerk van Stasegem respectievelijk in 1927 de Kortrijkse Katoenspinnerij en in 1928 de Kortrijkse Fluweelweverij opgericht.  Beide firma's kenden voor de oorlog 1940-1945 een hoge bloei en verschaften werk aan arbeiders en bedienden.  Daardoor kwam een grote wijziging in de bevolking van Stasegem. Waar deze voordien voor het grootste deel bestond uit landbouwers, dagloners en pendelarbeiders, vonden de mensen nu meestal werk in de textielfabrieken uit hun onmiddellijke omgeving.

Stasegem2.jpg

Stasegem tot vandaag

De aanleg van de autosnelweg E 17 in de jaren zeventig zorgde opnieuw voor heel grondige wijzigingen in Stasegem. Het zorgde voor heel wat onteigeningen en ook de Gavermeersen, zo vergroeid met het dagelijkse leven van vele Stasegemse generaties, moesten eraan geloven. Het zandwinningsgebied zorgde voor een enorme vijver wat uitgroeide tot een recreatiegebied.

Tezelfdertijd werd ook het kanaal Kortrijk-Bossuit rechtgetrokken vanaf de Luipaardbrug tot aan de fabrieken van Bekaert te Zwevegem en tevens gekalibreerd om toegang te verschaffen aan schepen met een tonnenmaat van 1350 ton.

In diezelfde periode werden er in Stasegem een drietal industrieterreinen gecreëerd met een totale oppervlakte van 80 ha.  Door deze aanpassingen evolueerde Stasegem van een agrarisch gebied naar een industriegebied.

Stasegem3.jpg

Geraadpleegde bronnen :

* Beelden uit het verleden, uitgegeven door de heemkundige kring "De Roede van Harelbeke"