Brits oorlogskerkhof

In een notendop

Toen in 1920 de eerste gesneuvelden aan de Deerlijksesteenweg werden herbegraven had men enkel de bedoeling om de veldgraven uit de omliggende gemeenten te concentreren. Voornamelijk Ieren van de 36th (Ulster) Division die na 16 oktober 1918 sneuvelden werden in deze periode naar Harelbeke overgebracht. In 1924 kwamen graven uit meer dan veertig Duitse begraafplaatsen uit de Ieperboog de dodenakker aanvullen. Hierdoor werd het Brits oologskerkhof in Harelbeke een verzamelbegraafplaats met een mix aan regimenten en oorlogsslachtoffers die gestorven zijn op verschillende tijdstippen en plaatsen.

De oppervlakte van de begraafplaats bedraagt 4 468 m². Architect Wiliam Harrison Cowlishaw kreeg de opdracht om de graven te ordenen en het geheel een aantrekkelijk uitzicht te geven. Elk graaf kreeg een witte Portlandsteen waarop de militaire rang, de naam, de regimentsnaam, het regimentsembleem en de datum van overlijden met de hand werd gebeiteld. Families die dat wilden konden een grafschrift laten aanbrengen op de grafsteen. Hiervoor diende per letter te worden betaald.

Op Harelbeke New British Cemetery worden 1126 gesneuvelde soldaten uit het Britse Gemenebest uit de Eerste Wereldoorlog begraven. Indeling volgens herkomst

  • 1055 uit het Verenigd Koninkrijk
  • 26 uit Canada
  • 7 uit Australië
  • 4 uit Zuid-Afrika
  • 3 uit Newfoundland

De begraafplaats telt 181 graven waarop Known tot God staat gebeiteld. De identiteit van de soldaat ontbreekt. Links en rechts van de ingang staat een Duhallow Block met daarachter respectievelijk 9 en 12 grafstenen die tegen de kerkhofmuur staan. Onder deze grafstenen ligt niemand begraven. Tijdens ontgravingen in 1924 werden de stoffelijke resten van deze soldaten niet meer teruggevonden. Gezien deze gesneuvelden niet als vermist werden geordend staan hun namen niet op de Menenpoort, maar worden ze herdacht op een grafsteen op naam. Er liggen ook tien Britse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog begraven.

Het duurde vier jaar vooraleer de Britten officieel een stuk Harelbeekse grond kregen om er hun doden te herbegraven. Vanaf 1924 kwamen nieuwe graven de rijen aanvullen. Een zeshonderdtal Britse soldaten die op een Duitse Ehrenfriedhof waren begraven werden naar Harelbeke New British Cemetery overgebracht. Hierdoor liggen er niet alleen doden van oktober en november 1918 op de begraafplaats, maar vinden we er gesneuvelden van bijna gans de duur van de oorlog.

Aussies begraven in Harelbeke

William Thomas Leggett was een jonge Australiër die zijn carrière als communicatiespecialist verder wilde uitbouwen. Hij reisde hiervoor naar Zuid-Afrika, Amerika en Groot-Brittannië. Tijdens zijn verblijf op het Britse eiland liet hij zich in januari 1912 inlijven bij de King's Life Guards. Toen twee jaar later de oorlog uitbrak werd hij als cavalerist bij het 1st Life Guards naar België gestuurd. Op 14 oktober werden tussen Menen en Ieper Duitse patrouilles gesignaleerd. Legett en enkele van zijn kompanen werden er op afgestuurd. Tijdens een achtervolging werd de korporaal van zijn paard geschoten. Hij stierf onmiddellijk. Deze 23-jarige Corporal of Horse was de eerste Australiër die in de Ieperboog het leven liet. Hij is ook de eertsgestorvene die op Harelbeke New British Cemetery begraven ligt.

Rufus Gordon Rigney was afkomstig van Point Mc Leay in Zuid-Australië. Op 21 september 1916 vertrok hij uit de haven van Adelaide naar Groot-Brittannië. Na een opleiding in het trainingskamp te Hurdcott in North-Devon werd hij naar het oorlogsfront in Frankrijk gestuurd. Tijden de derde Slag om Ieper (1917) raakte hij zwaar gewond. Duitse brancardiers hadden de halfdode soldaat opgemerkt en brachten hem samen met Duitse gekwetsten naar Feldlazarett nr. 112 in Izegem. Op 16 oktober 1917 overleed hij aan zijn verwondingen. In 1924 kreeg deze Aussie een nieuw graf in Harelbeke. Rufus Gordon Rigney was een van de weinige Australische Aboriginals die de oorlog meemaakten. Bij de Ngarrindjeri-bevolking in Australië wordt zijn naam nog altijd in eer gehouden. Hij groeide uit tot een bekende figuur in Australië.

Deze tekst is een fragment uit het boek ‘Van den anderen oorlog. Harelbeke, Bavikhove en Hulste 1914-1918' van Fhilip Vannieuwenhuyze.

oorlogskerkhof (1).JPG