Activiteiten juli-augustus

TENTOONSTELLING EEN HALVE EEUW FILMKUNST IN VLAANDEREN (in affiches) 6 juli - 25 augustus 2018

Vernissage: vrijdag 6 juli om 19.30u

Sprekers: Ronny Pede, Gertjan Willems en Annick Vandebuerie, schepen van cultuur

 

De geschiedenis van de filmkunst in Vlaanderen is een boeiende aangelegenheid. Al te lang kende die geschiedenis een negatieve connotatie omwille van het feit dat vanaf de Tweede Wereldoorlog heel wat boerendrama’s in scène werden gezet. Het ging dan vooral over boeken zoals Baas Gansendonck van Hendrik Conscience, Pallieter van Felix Timmermans, De Witte van Sichem van Ernest Claes, Het gezin van Pamel van Cyriel Buysse, De Vlaschaard van Stijn Streuvels… die succesvol werden verfilmd.

Met Meeuwen sterven in de haven (1955) van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers bewezen de makers dat het ook anders kon en dat, mits voldoende budget, ondersteuning, scenariobegeleiding… een spraakmakende film kan worden gerealiseerd die ook in het buitenland enig succes kende.

Vanaf 1964 konden films gesubsidieerd worden door de overheid waardoor een nieuwe generatie filmmakers kon ontstaan. André Delvaux bv. met o.a. De man die zijn haar kort liet knippen (1965/1966), Un soir, un train (1968) en Een vrouw tussen hond en wolf (1979); Harry Kümel met o.a. Malpertuis (1971) en De komst van Joachim Stiller (1976). Delvaux en Kümel braken met de traditie van de documentaire en de boerenfilm en maakten eigentijdse films, vaak met een magisch-realistisch karakter. In de jaren 80 zette deze breuk zich verder. Hierdoor ontstond een minder theatrale en meer persoonlijke en groezelige manier van filmmaken. Regisseurs als Marc Didden (Brussels by Night (1983)), Robbe De Hert (Bleuberry Hill (1989)), Rob Van Eyck en Hugo Claus verzetten de bakens. Daarnaast ontstonden er ook kaskrakers zoals Koko Flanel (1990) van Stijn Coninx en De Paniekzaaiers (1986) van Patrick Lebon, genoot de experimentele filmmaakster Chantal Akerman enige internationale roem en kenden we met Raoul Servais een pionier van de animatiefilm.

Een regelrecht succes oogste Stijn Coninx met Daens (1992). Het leverde hem o.a. een Oscarnominatie op.

Vanaf de 21ste eeuw toonde de Vlaamse film een ander gezicht. Door de mondialisering ontstond een nieuwe generatie filmmakers - Erik Van Looy, Michael R. Roskam, Felix Van Groeningen, Frank Van Passel, Frank Van Mechelen, Nic Balthazar, Geoffrey Enthoven, Fien Troch, Jan Verheyen, Pieter Van Hees, Hans Van Nuffel - die vooral internationaal aansluiting zoekt.

Kortom, de geschiedenis van de Vlaamse film kent een veelzijdig verhaal waarbij de evolutie en diversiteit voor een verrassende geschiedenis zorgt.

Het verhaal van Een halve eeuw filmkunst in Vlaanderen wordt getoond in de vorm van affiches afkomstig van verzamelaar Ronny Pede. In de rand daarvan presenteren wij alle Vlaamse films uit onze afdeling audiovisuele materialen of het Magazijn, evenals de boeken die over het filmbeleid, de filmgeschiedenis… zijn geschreven.

 

Een halve eeuw filmkunst in Vlaanderen (in affiches)

 

Zijn leven lang is Ronny Pede (°1950) geboeid door filmkunst. Hij is actief als filmcriticus sinds 1973. Van 1989 tot 2005 was hij hoofdredacteur van het filmmagazine Film en Televisie. Hij zag duizenden films en verzamelde terloops ook nog filmaffiches en -documenten. De Bibliotheek Harelbeke vroeg hem om uit zijn onuitputtelijke collectie een selectie te maken, specifiek toegespitst op de Vlaamse film en literatuur. In de maanden juli en augustus e.k. kan u deze tentoonstelling bekijken in onze bibliotheek. 

Hoe heb je de filmmicrobe te pakken gekregen? 

Ronny Pede: Geboren en getogen in het Oost-Vlaamse Evergem was er in onze straat ook een plattelandsbioscoop. Astrid (naar de koningin) was de naam. Maar daar mocht ik zelden naartoe omdat vanop de preekstoel verkondigd werd dat film ‘des duivels’ was. Uitzonderingen waren De Witte (1934) en De familie Trapp (voorloper van 'The Sound of Music'). De afstand tussen de kerk en de cinema bedroeg 300 meter. Mijn eerste filmherinneringen dateren van de parochiezaal waar af en toe op l6 mm. kolder van Laurel en Hardy vertoond werd. Op zondagvoormiddag, na de mis, werden er soms ook filmvoorstellingen  georganiseerd door de ‘Eucharistische Kruistocht’. Daar zag ik ooit Marcellino Pane e Vino, een Italiaanse religieuze film uit de vroege jaren 50 over een weeskind dat door Christus himself naar de hemel gebracht wordt. Voor mij, als kind, was dat behoorlijk indrukwekkend. Ik kreeg er de filmmicrobe mee te pakken en ze heeft me nooit meer losgelaten.

Hoe verliep het verder? 

Eind van de jaren 5O bracht mijn zeven jaar oudere broer het tijdschrift Film en Televisie mee uit het Gentse Sint-Lievenscollege. Vooral het nummer 31 met Ingrid Bergman op de cover voor The inn of the sixth happiness intrigeerde mij. Op mijn vraag nam mijn vader een  abonnement. Toen al was ik zeker: later zou ik over films gaan schrijven. In die periode ontdekte ik tijdens de papierophalingen van de KSA filmaffiches die aan de deur van de herbergen lagen. Ik was meteen geïnteresseerd. Precies die samenloop van omstandigheden sterkten me in mijn overtuiging dat ik later ‘iets’ met film zou doen. 

Normaal gezien verandert de belangstelling met de jaren, maar hoe ging dat tijdens je jongelingsjaren? 

Toen ik 16 was ontdekte ik de Universitaire Filmclub Gent o.l.v. Jean-Marc De Vos. In de Academieraadzaal zag ik films van Godard, Bresson, Ozu en Eisenstein. Mijn kennis had zich voordien beperkt tot John Ford (Comancheros), William Wyler (Ben Hur) en Stanley Kubrick (Spartacus). Niet mis, maar dankzij mijn vriendschap met Jean-Marc besloten we om in Evergem een filmclub op te richten. Dat werd Satirikon en we gingen in 1970 van start. We vertoonden er films van Chabrol, Kurosawa, Rohmer maar ook Woodstock of Let the good times roll. En we hadden ook aandacht voor Vlaamse films: Camera Sutra van Robbe de Hert bv. of  Monsieur Hawarden van Harry Kümel en Gejaagd door de Winst van o.a. Guido Henderickx. 

De vriendschap met Jean-Marc was veelbetekenend. 

Zeer zeker. We gingen samen naar de voorlopers van filmfestivals als Film International in Antwerpen in zaal De Roma. We ontdekten er veel onuitgegeven films van Rainer Werner Fassbinder, Wim Wenders, Akira Kurosawa, Theo Angelopoulos, Werner Herzog en zoveel anderen. Ondertussen studeerde ik af als vertaler-tolk en bleek de mogelijkheid te bestaan om legerdienst te weigeren en burgerdienst te doen. Ik verkoos dus burgerdienst en in 1974 kon ik aan de slag bij de Katholieke Filmliga, uitgever van Film en Televisie. 

Dat was de kat meteen bij de melk zetten. 

Zeg dat wel. Na 22 maanden burgerdienst mocht ik er blijven als redactiesecretaris. Ik leerde ondertussen de Belgische filmwereld goed kennen. Ben ter Elst kwam in Gent in die periode op de proppen met Studio Skoop (waarover onlangs een zeer interessant boek verscheen, met name Skoopiumschuivers). Ter Elst wilde een filmfestival met name Film International uit Antwerpen weghalen en in Gent lokaliseren. Maar de grote baas van FI Rotterdam stak daar een stokje voor. Waarop Ben ter Elst zijn eigenste festival begon in 1974: Het Filmgebeuren. Toen het beheer in een v.z.w.-structuur werd verankerd, haakte Ben ter Elst af en kreeg ik van Jacques Dubrulle de kans om zes jaar lang een eigen programmatie te voeren mét introductie van het thema ‘muziek in de film’. Naast filmkritiek schrijven en films programmeren, kreeg ik begin jaren 90 ook de kans om filmaankoopsuggesties te doen voor zowel de verrezen cinema Sphinx in Gent als distributeur Fivitel in Brussel. Ik ben nog altijd blij met de release van Family Viewing (Atom Egoyan) bv. 

En zo ging je van het ene filminstituut naar het andere filmfestival met maar één focus: filmkunst in het algemeen. 

Inderdaad. Maar ondertussen ben ik met pensioen en heb ik alleen nog voeling met de papieren filmwereld, meer bepaald de affiches. De tentoonstelling van Vlaamse filmaffiches in de fraaie Harelbeekse bib is ondertussen al de honderdst-en-zoveelste filmaffichetentoonstelling die ik mocht samenstellen. Maar in zijn genre wordt dit de meest uitgebreide. 

Tot slot vraag ik graag naar je top 5 wat de Vlaamse film betreft. 

Kiezen is altijd verliezen, maar na wat wikken en wegen kom ik toch tot een bevredigend resultaat:

- Monsieur Hawarden van Harry Kümel. Dit is de eerste Vlaamse film waarin transseksualiteit haast onuitgesproken aan de orde is. Overigens is dit de verfilming van het gelijknamige boek van Filip De Pïllecyn.

- Het verzamelde kortfilmoeuvre van Raoul Servais, met op kop Harpya.

- Daens van Stijn Coninx. Een Vlaamse filmklassieker. Ook al een adaptatie van een boek, met name van Pieter Daens, of hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht van Louis Paul Boon.

- De Witte van Sichem van Robbe De Hert. Een verfilming van het gelijknamige boek van Ernest Claes.

- Rabot van Christina Vandekerkchove. De meest recente film van de vijf. De documentaire film kwam begin dit jaar uit en is een sociaal drama dat zich afspeelt in de woonblokken van de Gentse Rabotwijk 

De tentoonstelling Een halve eeuw filmkunst in  Vlaanderen (in affiches) kan men bekijken in de Bibliotheek Harelbeke van 6 juli 2018 tot en met 25 augustus 2018 tijdens de openingstijden van de Bibliotheek.

Vernissage: vrijdag 6 juli 2018 om 19u30.

Sprekers: Ronny Pede, Gertjan Willems en Annick Vandebuerie, schepen van cultuur 


SCHATTEN VAN VLIEG

 


ZOMERSTAND

 

Leeszomer 2018

Wat neem je mee naar een onbewoond eiland? Een goed boek natuurlijk, de hele dag naar de zee staren gaat op den duur ook vervelen. Omdat we niet willen dat er iemand van onze leners zich verveelt deze zomer (al dan niet op een onbewoond eiland) hebben we weer voor de nodige leesinspiratie gezorgd. 

Ons jaarlijkse succesnummer blijft de zomerstand. Vijf categorieën voor de snelle beslissers. 

- Pas binnengebracht: Rechtstreeks vanop onze boekenkar naar de zomerstand, voor elk wat wils. 

- Zomerliefde: Boeken zo zalig licht als een veertje, boordevol romantiek waarin het heerlijk wegdromen is. 

- Young Adult: Forever young met onze fijne selectie adolescentenromans. Voor wie  de voeling met zijn innerlijke tiener nog niet verloren is. 

- Amerikaanse thrillers: Na de Scandinavische, de Angelsaksische en de Vlaamse laten we nu de Amerikaanse thrillerauteurs met de aandacht lopen. Alles groter en slechter natuurlijk, maar vooral superspannend. 

- 5sterrenboeken: Heel weinig boeken krijgen een vijfsterrenrecensie in een krant of tijdschrift, maar diegenen die daarin slagen mogen deze zomer op onze zomerstand.

De Lijst 

Onze zomerlijst is ondertussen traditie geworden. 100 boeken die zo meekunnen in de valies.

Romantisch, historisch, spannend, grappig, waargebeurd,… voor iedere lezer zit er wel een boek tussen. De lijst kan u terugvinden op www.bibliotheekharelbeke.be/zomerboeken 


En verder

SCHRIJVER VAN DE MAAND JULI: Paul Auster

 

Paul Auster (°1947) staat bekend als een postmodern Amerikaans auteur. Eind van de jaren 80 kreeg hij enige bekendheid met Broze stad, Schimmen en De gesloten kamer, die thans bekend staan als de New York-trilogie. Sindsdien bouwde hij een omvangrijk oeuvre op dat hem tot één van de bekendste auteurs van zijn generatie maakt. 

MUZAÏEK JULI: Ingmar Bergman

 

Ingmar Bergman, 100 jaar geleden geboren (Ernst Ingmar Bergman,  14 juli 1918 –  30 juli 2007), was een Zweeds toneel- en filmregisseur, met een oeuvre van 40 films die bij het brede publiek de naam hebben zwaarmoedig, diepgravend en ontoegankelijk te zijn. In zijn werken behandelt hij de grote levensvragen, de zin van het geloof en schuld en boete.  Bergman werkte altijd met dezelfde kleine groep acteurs w.o.  Ingrid Thulin,  Max von Sydow en Liv Ullman met wie hij een dochter heeft, de schrijfster Linn Ullman. Ingmar Bergman was gedurende 4 decennia een van de belangrijkste regisseurs ter wereld. Een aantal films van en boeken over Ingmar Bergman liggen op een infostand in de bibliotheek. 

JEUGDAUTEUR VAN DE MAAND JULI: Guido Van Genechten

 

Guido Van Genechten is op 19 augustus 1957 geboren in Mol. Schilderen en tekenen zitten hem van kinds af in het bloed. Na de middelbare school volgt hij een opleiding tot graficus. Hij werkt vijftien jaar in de grafische sector, maar hij blijft zich toeleggen op zijn grote liefde: tekenen en schilderen. Tegenwoordig werkt Guido Van Genechten voltijds als illustrator.

Guido Van Genechten breekt in 1999 door met Rikki. Het gaat over drie broers Guido, Han en Rik die niet met of zonder elkaar kunnen leven. Hij schetst de broers als konijnen en maakt een konijnenmodel in klei. Tijdens het drogen van het konijnenmodel gaat het ene oor slap hangen. Dat beeld wordt uiteindelijk de basis van zijn boek. Konijn Rikki met de felgekleurde tuinbroek wordt de hoofdrolspeler van een succesvolle reeks voor peuters en kleuters.

Ook zijn andere prentenboeken zijn eenvoudig, toegankelijk en humoristisch van toon met soms een lichte voorkeur voor “stoute” onderwerpen zoals De wiebelbillenboogie en Het grote poepconcours. De illustraties uit de Rikki-reeks zijn kenmerkend voor zijn tekenstijl. Zo gebruikt hij vrolijke kleuren en dikke contourlijnen. Hij tekent geen overbodige details. Waar Guido Van Genechten aanvankelijk kleurpotlood, aquarel en inkt gebruikte, werkt hij nu veelal met gouache.

Zijn universeel herkenbare verhalen en tekeningen zijn meermaals vertaald, onder meer in het Hindi en het Engels. 

HET LAATSTE KABINET JULI: Meir Shalev

 

Naar aanleiding van de 70ste verjaardag van de Israëlische schrijver Meir Shalev, tonen wij van hem enkele gesigneerde boeken. 


SCHRIJVER VAN DE MAAND AUGUSTUS: Hilary Mantel

  

Hilary Mantel is geboren in Glossop op 6 juli 1952. Ze is een Engelse schrijfster van korte verhalen en essays, maar geniet vooral bekendheid met haar historische romans. Ze kreeg twee keer de Man Booker Prize. Lees van haar zeker Wolf Hall en Het boek Henry.

MUZAÏEK AUGUSTUS: Belgische films

  

Naast de tentoonstelling van de  affiches van Vlaamse films liggen de betreffende dvd’s op een infostand onder de rubriek Muzaiek in de mediatheek. Geniet van de evolutie van de films van het eerste uur  en de meest recente verfilmingen.

JEUGDAUTEUR VAN DE MAAND AUGUSTUS: Carry Slee

 

Carry Slee is op 1 juli 1949 in Amsterdam geboren en opgegroeid. In haar debuut Rik en Roosje (1989), een voorleesboek voor jonge kinderen, vertelt Carry Slee de belevenissen van een tweeling. In de jaren erna schrijft ze vooral 12+ boeken. In haar boeken maakt Carry onderwerpen als discriminatie, drugs en pesten bespreekbaar voor jongeren. Voor Spijt! (1996) ontvangt ze o.a. de prijs van de Kinderjury (1997) en de Jonge Jury (1998). 

In 2009 richt Carry zich op een nieuwe doelgroep: de Young Adults. In dat jaar verschijnt Bangkok Boys: het verhaal van een meisje die haar vriendje volgt op een onvoorbereide reis naar Thailand. Daarna volgen snel meer YA-boeken zoals Fatale liefde (2010), Joël (2011) en Brainwashed (2012). Inmiddels zijn zeven jongerenromans verfilmd waaronder Spijt!, Afblijven en Timboektoe.

In 2014 werd ze bekroond tot populairste auteur van Nederland.  

HET LAATSTE KABINET AUGUSTUS: Kristien Hemmerechts

  

Op 27 augustus 2018 wordt Kristien Hemmerechts 63 jaar. We tonen van haar enkele gesigneerde boeken.