Tentoonstelling David Speybrouck

dec
01
dec
31

TENTOONSTELLING DAVID SPEYBROUCK

Tastzin    1—31 december 2017

Vernissage: zaterdag 2 december 2017 om 16 u 

Inleiding: Frans Boenders

 

 

David Speybrouck (°1966, Berchem) studeerde regentaat Plastische Opvoeding in Turnhout (1987-1990), waarna hij leerkracht werd aan de academies van Malle-Zoersel en Arendonk. Tegelijkertijd studeerde hij grafische vormgeving aan de Academie van Antwerpen (1990-1994). In 1993 richtte hij, op vraag van Prepress Group De Schutter in Antwerpen, de ontwerpstudio binnen deze firma op en was hij tot 1998 actief als leidinggevende van deze afdeling. Vanaf 1999 tot heden is hij verantwoordelijk voor de prepressafdeling van de Boerenbond in Leuven. In zijn functie van grafisch vormgever kon hij werken voor internationale klanten als Masterfoods, Jansens Cilag, Philips, IberCaja, Elopak, NMBS…  ... en kon hij evenzeer enkele mooie ontwerpen op zijn palmares schrijven o.a. het logo voor de vereniging ter bevordering van het Vlaamse boekwezen (VBVB), het logo van de drukkerij van de NMBS, een postzegelreeks voor de Rozen van Redoute enz.)

Ondanks deze creatieve verwezenlijkingen koesterde David Speybrouck steeds het zelfstandig kunstenaarschap, werken zonder opdrachtgever, werken zonder inmenging van een klant en diens omschreven opdracht en persoonlijke wensen, “een goed ontwerp is nooit een compromis, het is het resultaat van eigenzinnig doordrijven”. Er ontstonden reeds vroeg conceptideeën, maar de tijd ontbrak om deze effectief te realiseren. Met de herontdekking van een briefwisseling met Pol Mara (1920-1998) werd het vuur definitief aangewakkerd. 2015 mag in die zin als een keerpunt in zijn carrière worden beschouwd. Eindelijk maakt hij tijd vrij om beeldend werk te maken met tastzin als centraal thema. Daar waar het in de kunstwereld not done is om kunstwerken aan te raken, nodigen de werken van Speybrouck uit om aangeraakt te worden. De keuze van tactiel materiaal scheppen een menselijke nieuwsgierigheid, een aangeboren wens naar de invulling van een cultureel miskende menselijke eigenschap: “De tastzin”.

Na tentoonstellingen in Turnhout (1991 en 1992), het Masereelcentrum in Kasterlee (1991), de abdij van Grimbergen (2017) en Kunst aan de Schelde in Antwerpen (2017) is de Bibliotheek Harelbeke trots dat zij het werk van David Speybrouck mag tentoonstellen.

Waarneming speelt een allesbepalende rol: geen waarneming, geen kunstbeleving. Het is dus een noodzakelijke voorwaarde voor het beleven van kunst. De waarneming geschiedt door middel van onze zintuigen (zien, ruiken, proeven, voelen, horen).

Van oudsher is de beeldende kunst sterk visueel van aard. Het op de tast waarnemen van beeldende kunst levert echter een geheel andere gewaarwording en sensatie dan de visuele. Het aanraken kan een goede aanvulling zijn op wat men mist tijdens de visuele waarneming. Het levert ook een andere, zeer eigen esthetische dimensie op. We ontvangen dus totaal andere informatie via de tastzin, wat dus een andere vorm van communicatie met kunstwerken mogelijk maakt. (George Kabel 2003 -  Beleving van kunst door mensen met een visuele beperking)

 

Dit is wat me al jaren bezighoudt (sinds 1992). Ik kan mijn werk dan ook het best beschrijven als een studie naar dit gedachtegoed. Iedere kunstvorm zal een of meerdere zintuigen aanspreken en/of uitsluiten. Het uitsluiten van zicht om zo maximaal van muziek te genieten, de combinatie van smaak, zicht en geur om zo een optimale culinaire beleving te bereiken zijn hier sprekende voorbeelden van. Maar het artificieel ervaren van visuele kunst onder het motto “kijken doe je met je ogen” voelt dan eerder tegennatuurlijk aan. Het spel tussen zintuigen is een essentieel en weinig besproken onderdeel in het ervaren van om het even welke kunstvorm. Het is echter verbazend dat de tastzin als enige nooit een volwaardige kunstuiting heeft gekend. In het boeiende samenspel van zintuigen focus ik mij dus op “tast”. Ik werk en leef echter met de (weliswaar aangename) beperking dat ik “kan zien”. Visuele esthetiek is voor mij dan ook zowat het belangrijkste wat ik omarm.

Bij het aftasten van deze grens kan ik daardoor niet anders dan toegeven aan visuele esthetiek.

Mijn positieve beperking “kunnen zien” wordt zo eerder de oorzaak van een spanningsveld tussen visueel en tast, tussen de basisgedachte en het mogelijke visuele resultaat waar ik licht en schaduw een bijzondere rol toebedeeld heb. Het is als een slingerbeweging waarbij de focus beurtelings op concept en esthetiek ligt en beiden elkaar om beurt aanvullen en bijsturen.

 

 

Aangemaakt op: 27/11/2017

Reactie toevoegen