Welkom
Voor alle vragen kan u bij de infodienst terecht; die verzorgt de relatie van de stad met haar inwoners:
- het onthaal in het stadhuis
- informatie, voorlichting, communicatie
- inspraak en participatie, klachtenbehandeling
- pers, radio, tv
- stadspromotie
Wij willen inzake informatie een voortrekkersrol blijven vervullen door ook via deze website actuele informatie op maat te verstrekken.
Voor alle vragen of suggesties staan wij voor U klaar: info@harelbeke.be.
Ligging, oppervlakte
De stad Harelbeke is gelegen in het zuidoosten van de provincie West-Vlaanderen, op 20 km van Roeselare, 30 km van Deinze, Oudenaarde, Doornik en Rijsel, 40 km van Gent en een 60 km van de kust. Buurgemeenten zijn Lendelede, Ingelmunster, Oostrozebeke, Wielsbeke, Waregem, Deerlijk, Zwevegem, Kortrijk en Kuurne.
Na de fusie werden in 1977 aan de hoofdgemeente Harelbeke de gemeenten Bavikhove en Hulste toegevoegd. De totale oppervlakte bedraagt 2.912 hectare. Zie 'demografie' voor de bevolkingsgegevens.
Provinciaal Recreatiecentrum
DE GAVERS HARELBEKE
sport-recreatie-natuurbeleven
Een beetje geschiedenis
Harelbeke is ontstaan op de droge, zandige oever van de rivier de Leie, ter hoogte van de uitmonding van de Arendsbeek in deze rivier. Etymologisch gezien is 'harel' afkomstig van het Germaans haru, met als betekenis 'zandige heuvelrug'.
Omstreeks 9000 v. Chr. werd het waterrijke Gavergebied reeds herhaaldelijk door mensen bezocht. Deze jagers en voedselplukkers beschikten over been, ivoor en vuursteen om gebruiksvoorwerpen te vervaardigen. Ook uit de Late Steentijd, de Bronstijd, de IJzertijd en de Romeinse tijd werden nederzettingssporen gevonden. Vanaf 1959 werden op de Kollegewijk de resten aangesneden van een Romeins dorp. In 1967 werd zelfs een offerkuil van een plaatselijk heiligdom ontdekt, gewijd aan vruchtbaarheidsgodinnen. Vanaf het einde van de vierde eeuw tot de eerste helft van de 10de eeuw is er over Harelbeke helemaal niets bekend. Er zijn geen historische bronnen en er is een totale afwezigheid van archeologische vondsten. Mogelijk is er enige bewoning geweest, maar dit is nog lang niet bewezen. Ook over de Karolingische tijd blijft men onzeker. Dit gebied zou aan de Karolingers toebehoord hebben, een kroondomein dus, en later in handen van de Vlaamse graven gegaan zijn. Van dat ogenblik betreden we de geschreven geschiedenis.
Harelbeke komt aan bod in verhalen en overleveringen die meestal eeuwenoud zijn. De meest bekende sage is die van de Forestiers die aan het graafschap Vlaanderen en de stad Harelbeke ten grondslag zou liggen. Karel De Grote zou onze streek als leen hebben geschonken aan één van zijn leenmannen, Liederik. Die zou opgevolgd zijn door zijn zoon Ingelram en deze op zijn beurt door Odoacer. Odoacer was de vader van Boudewijn I, de beroemde stichter van het graafschap Vlaanderen.
Men kan met zekerheid stellen dat Harelbeke tijdens de 10de-12de eeuw al op meerdere plaatsen bewoond was. In het centrum bevond zich een grafelijke villa (als middelpunt van uitgestrekte bezittingen), een kerk en een grafveld. De aanwezigheid van een grafelijk verblijf, de stichting van een kapittel, de ligging aan de Leie, de aloude weg van Kortrijk naar Gent, het toekennen van een octrooi voor de productie van lakens en het houden van een markt, werken het ontstaan en de groei van het stadscentrum in de hand. Na de reorganisatie van het graafschap Vlaanderen ging Harelbeke tot de Kasselrij Kortrijk behoren en werd hoofdplaats van de eerste Roede (= kanton), de Roede van Harelbeke, die al in 1071 vermeld werd. De tot nog toe oudste in een oorkonde teruggevonden vermelding "Stad Harelbeke" dateert van 1153.
Harelbeke heeft ten minste 4 verschillende opeenvolgende kerken gehad. De huidige Sint Salvatorkerk werd tussen 1769 en 1774 gebouwd naar de plannen van architect L. Dewez.
De ontwikkeling en de geschiedenis van het Harelbeekse platteland, vroeger gekend als Harelbeke-buiten, staat volop in het teken van het ontstaan van een hele reeks grote en omwalde hoeven. De belangrijkste boerderijen hingen af van het grafelijk leenhof van Harelbeke.
BAVIKHOVE
De naam van deze Leiegemeente is een Germaans toponiem; eerste vermelding in 1120 op een perkamenten rol, de "Rotulus Harlebecensis". In 1120 schreef men 'villa Bavinghova"; betekent dus "hoeve van de lieden van Bavo".
HULSTE
In het jaar 800 zou Karel de Grote aan Liederik II van Harelbeke een abdij geschonken hebben die in of bij een hulstbos lag. Dit bos zou naamgevend geworden zijn voor Hulste.
STASEGEM
Onder de andere wijken en buurten van Harelbeke bekleedt Stasegem een aparte plaats. Het wordt ook als een deelgemeente beschouwd, hoewel het eigenlijk nooit een zelfstandige gemeente geweest is.
De naam Harelbeke zou afkomstig zijn van het Germaans Haru, diminutief Harula, met als betekenis 'zandige heuvelrug'. De Arendsbeek heeft in dit zand haar bedding gegraven, en mondt onder het Marktplein uit in de Leie. Harelbeke komt aan bod in verhalen en overleveringen, die meestal eeuwenoud zijn. De meest bekende sage is die van de forestiers (zie 'verhalen' in de rubriek figuren), die aan het graafschap Vlaanderen ten grondslag zouden liggen. Zie de pagina 'toerisme' voor aanvullende informatie.
Harelbeke is gelegen aan de rivier de Leie (bevaarbaar tot 1.350 ton); in het Zuiden loopt het kanaal Schelde-Leie, in het Noorden het kanaal Leie-Roeselare. Op het einde van de 19de eeuw werd een groot station gebouwd om het goederenverkeer (vlasnijverheid) en reizigersverkeer (pendelarbeid naar Noord Frankrijk) op te vangen. In 1971 werd de autosnelweg E17 in dienst genomen, wat een grote ontlasting betekende voor de Rijksweg Gent-Kortrijk (aangelegd in de 18de eeuw), die dwars door het centrum loopt.
Verschillende industriezones, woonwijken, en groenzones werden aangelegd om de drukke industriële activiteit en woonfunctie in de stad op te vangen.
Toeristisch Harelbeke
© 2002, Westtoer. Tekst van het infopaneel van het onthaalpunt langs de Leie in Harelbeke, gefinancierd door de Europese Unie, Toerisme Vlaanderen, de Provincie West-Vlaanderen en de Stad Harelbeke in het kader van het Interreg II-programma ter ondersteuning van de grensoverschrijdende samenwerking tussen West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Het initiatief werd gecoördineerd door Westtoer a.p.b.
Tijdens de Steentijd, zowat 11000 jaar geleden, bevond zich op de zandrug tussen de Leie en de Gavers een kampplaats van zwervende jagers en voedselverzamelaars. Rond 1800 voor Christus was er een nederzetting van landbouwers gevestigd. Tussen 70 en 275 na Christus lag in de omgeving van de huidige Harelbeekse Kollegewijk een belangrijke Romeinse vicus of stad. Opgravingen brachten sporen van bewoning aan het licht en een offerkuil van een tempel met beeldjes van vrouwen- en dierenfiguren.
De naam Harelbeke komt van het Germaanse Haru, verkleinwoord Harula, wat zandige heuvelrug betekent. Volgens een bekende sage zouden de forestiers van Harelbeke, die voorname krijgsheren en markgraven waren, aan de basis van het Graafschap Vlaanderen liggen. Karel de Grote zou de streek als leen geschonken hebben aan de forestier Liederik, die de overgrootvader was van Boudewijn I, de eerste graaf van Vlaanderen.
Op de plaats van de Sint-Salvatorkerk zijn achtereenvolgens vier kerken gebouwd. Het eerste bedehuis werd op het einde van de 9de eeuw door de Noormannen vernield. De tweede kerk dateert uit de 10de eeuw, toen Arnulf de Grote, zoon van Boudewijn II, zijn grafelijke villa in Harelbeke had. Rond 990 hebben de Kortrijkzanen de nederzetting en de kerk platgebrand. De Romaanse kruiskerk uit de 11de en 12de eeuw, waar graaf Boudewijn V rond 1040 een kapittel aan verbond, is in 1769 afgebroken met uitzondering van de dwarsbeuk en vieringtoren. Ook de crypte bleef bewaard. Daarna werd de huidige neo-classicistische kerk opgetrokken.
Het Provinciedomein De Gavers vormt een 170 hectare groot natuur- en recreatiegebied met een arboretum, een speeltuin, ligweiden, trekkershutten, observatiehutten, een cafetaria, wandel-, fiets- en ruiterpaden en een joggingparcours. Een omvangrijk deel van de vijver van 62 hectare is bestemd voor niet-gemotoriseerde watersporten, zoals zeilen, surfen, duiken, zwemmen en hengelen. Een andere zone wordt als natuurreservaat beheerd. Hier broeden blauwborstjes, futen en waterrallen, langs de oevers vliegen keizerlibellen en in het aansluitende grasland bloeien koekoeksbloemen en rietorchissen.
Harelbeke telt vier interessante musea.
Het Stedelijk Museum Peter Benoit en zijn geboortehuis laten ons kennismaken met het leven en het werk van de invloedrijke componist, muziekpedagoog en dirigent. Peter Benoit werd in 1834 in Harelbeke geboren. Hij studeerde aan het Conservatorium van Brussel en behaalde in 1857 de Prijs van Rome. Hij werkte een jaar als dirigent aan de Bouffes-Parisiens in Parijs. In 1867 kreeg hij de leiding van de muziekacademie van Antwerpen, die in 1898 het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium werd. Peter Benoit ijverde voor het gebruik van de moedertaal en benadrukte het belang van het volkslied. Tot zijn bekende werken behoren de cantate De Leie, de Rubenscantate en het oratorium De oorlog.
Het Archeologisch Museum schetst een beeld van de leefwijze van onze voorouders aan de hand van allerlei voorwerpen die in Harelbeke opgegraven zijn. De vroegste vondsten, aardewerk en vuurstenen werktuigen uit de prehistorie, dateren van 11 000 jaar geleden. Uit de Romeinse periode is heel wat typisch vaatwerk tentoongesteld zoals Terra Sigillata en Pompeiaans Rood en verder beeldjes, glas, munten en mantelspelden. De middeleeuwse voorwerpen, onder andere geglazuurd aardewerk, een tinnen kroesje en glaswerk, komen uit de 10de tot de 16de eeuw.
Het Museum voor Pijp en Tabak telt vijf afdelingen. In de tabakskamer worden verschillende soorten tabak tentoongesteld en wordt de productie van snuiftabak geïllustreerd. In de pijpenkamer is het grootste deel van de 900 pijpen uit de collectie te zien. De winkelkamer is een reconstructie van een tabakswinkel uit de 19de eeuw met heel wat rokersattributen zoals lucifersdozen, tabakspotten en snuifdozen. De documentatiekamer bevat een bonte verzameling: van puntzakken, inpakpapier, vignetten, reclameobjecten tot loonboekjes en documenten met verkoopprijzen. Op de zolder staan de verschillende machines om tabak te verwerken, onder andere een kerfmachine, een droogtrommel en inpaktoestellen.
Het Nationaal Vinkensport Museum in Hulste, een deelgemeente van Harelbeke, belicht de evolutie en de structuur van de vinkensport. In tegenstelling tot vroeger spelen de vinkeniers niet meer met blinde vinken. De speelkooi vormt een belangrijk aspect van de sport. In het museum bevindt zich ook een archief van werken over de vinkensport.

