Leerplicht

1. Wettelijk verplicht

De wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht bepaalt dat de personen die de ouderlijke macht uitoefenen of leerplichtige kinderen onder hun bewaring hebben, verplicht zijn ervoor te zorgen dat die kinderen voldoen aan de wet.

2. Duurtijd.

De leerplicht vangt aan op 1 september van het kalenderjaar waarin de jongere de leeftijd van 6 jaar bereikt; de leerplicht duurt in beginsel 12 (school)jaren. In het kalenderjaar waarin de leeftijd van 18 jaar wordt bereikt eindigt de leerplicht hetzij op 30 juni (einde schooljaar) voor die leerlingen die reeds 12 jaren lager en secundair onderwijs hebben doorlopen, hetzij op de dag van de 18de verjaardag zelf in de andere gevallen.

Het feit dat de leerplicht voor de meeste leerlingen in de loop van het schooljaar afloopt, is evenwel géén pleidooi voor vroegtijdige schoolverlating, integendeel. Iedereen die op een of andere wijze bij het onderwijs betrokken is, moet dan ook met alle middelen pogen om de desbetreffende leerlingen, daar waar nodig, voldoende te motiveren om tot het einde van het schooljaar onderwijs te volgen en, bij voorkeur, een eindstudiebewijs te behalen.

3. Vrijstelling.

Een jongere uit deze leeftijdscategorie is niet (meer) leerplichtig :

- bij individuele CABO-beslissing (d.i. commissie voor advies buitengewoon onderwijs), rekening houdend met de aard van de fysische of psychische handicap van betrokkene; het betreft dan een tijdelijke of definitieve vrijstelling;

- indien het voltijds secundair onderwijs met vrucht werd beëindigd, waaronder wordt verstaan houder zijn van het diploma van secundair onderwijs, van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad BSO of van een (kwalificatie)getuigschrift van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs.

Een vrijstelling van de leerplicht om andere redenen, zoals ontvoogding, huwelijk, moederschap ..., is onder geen beding mogelijk. De verantwoordelijkheid van de ouders of van de personen die de minderjarige leerlingen in rechte of in feite onder hun bewaring hebben met betrekking tot de naleving van de leerplicht, blijft ook in voormelde gevallen onverkort gelden.

4. Draagwijdte.

De leerplicht is voltijds of deeltijds.

De voltijdse gaat in de deeltijdse leerplicht over :

- hetzij bij het bereiken van de leeftijd van 16 jaar;

- hetzij bij het bereiken van de leeftijd van 15 jaar mits de leerling reeds de eerste twee leerjaren van het voltijds secundair onderwijs - al dan niet met vrucht - heeft beëindigd (het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B worden in dit verband als één leerjaar beschouwd; het onthaaljaar wordt buiten beschouwing gelaten).

Onder voltijdse leerplicht wordt de eerste periode van de leerplicht verstaan waarin de minderjarige voltijds onderwijs dient te volgen. Aan de voltijdse leerplicht kan maximaal 8 jaar via lager onderwijs worden voldaan. Daarna gaat de leerplichtige hoe dan ook over naar het voltijds secundair onderwijs, waaronder het onderwijs wordt verstaan dat wordt verstrekt gedurende 40 weken per jaar naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren; het kan zowel om gewoon als buitengewoon secundair onderwijs gaan.

Aan de deeltijdse leerplicht kan worden voldaan :

- door het verderzetten van het voltijds secundair onderwijs;

- via het stelsel leren en werken, dat een voltijds engagement van ten minste 28 wekelijkse uren inhoudt.

Aan de voltijdse of deeltijdse leerplicht kan ook worden voldaan via huisonderwijs. Het huisonderwijs moet aan twee minimumeisen voldoen : enerzijds moet het gericht zijn op de ontplooiing van de volledige persoonlijkheid en de talenten van de jongere en op de voorbereiding op een actief leven als volwassene, anderzijds moet het het respect voor de grondrechten van de mens en voor de culturele waarden van de jongere zelf en van anderen bevorderen; andere inhoudelijke voorwaarden worden niet opgelegd. Het is evenwel aan de onderwijsinspectie om te controleren of aan deze eisen is voldaan; de ouders moeten deze controle aanvaarden en er hun medewerking aan verlenen. Is dit niet het geval of wijzen twee opeenvolgende controles uit dat de minimumeisen niet worden vervuld, dan moet de leerplichtige in een door de gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling worden ingeschreven.

Huisonderwijs geeft nooit recht op erkende studiebewijzen; de examencommissie van de Vlaamse gemeenschap biedt hier een oplossing.

5. Kinderen van vreemde nationaliteit.

Voor de jongere van vreemde nationaliteit die immigreert samen met de personen die de ouderlijke macht uitoefenen of de jongere in rechte of in feite onder hun bewaring hebben, gelden alle verplichtingen inzake leerplicht vanaf de 60ste dag na die waarop voornoemde personen werden ingeschreven in het vreemdelingenregister, in het wachtregister of in het bevolkingsregister - naargelang van het geval - van de gemeente van hun verblijfplaats.

6. Geen arbeidsovereenkomsten.

Het is verboden jongeren die onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht hetzij arbeid te doen verrichten of enige werkzaamheid buiten het kader van hun opvoeding of vorming te doen uitvoeren, hetzij arbeidsovereenkomsten van welke aard ook met hen af te sluiten.

In afwijking hiervan kan de inspectie van de sociale wetten van het ministerie van tewerkstelling en arbeid toelaten dat onder bepaalde voorwaarden individuele jongeren beneden de 15 jaar tijdelijk een bepaalde werkzaamheid mogen uitoefenen (bv. in de artistieke wereld). Een tewerkstelling voor studenten daarentegen is slechts mogelijk indien de jongere de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt én niet meer aan de voltijdse leerplicht is onderworpen.

  • Delen