Landbouw
Slachtingen
Aangiften die in het stadhuis moeten gebeuren:
- Het Federaal Agentschap heeft een geïnformatiseerd systeem waarin alle gegevens van de op het stadhuis en in slachthuizen aan te geven slachtingen worden bijgehouden;
- Iedereen die een slachting aangeeft zal eerst in de databank moeten worden geïdentificeerd via een uniek registratienummer. In geval van particuliere slachtingen kan dit op het stadhuis of bij de Provinicale Controle-eenheid. Het uniek registratienummer dient maar één keer te worden toegekend,
- Ook de eigenlijke slachtingsaangifte is in het elektronisch systeem verwerkt. De slachtingsaangifte voor particuliere slachtingen van runderen en paarden (eenhoevigen), varkens, schapen en geiten blijft in alle gevallen bestaan. Particuliere slachtingen zijn slachtingen waarbij de eigenaar het dier laat slachten voor de uitsluitende behoeften van zijn gezin;
- Alleen particuliere slachtingen die buiten een slachthuis gebeuren, dienen nog bij de stad te worden aangegeven. Enkel volgende particuliere slachtingen zijn thuis toegestaan: slachtingen van varkens, schapen en geiten en dit voor zover het niet om rituele slachtingen gaat.
Bij de aangifte van particuliere slachting moet de aangever zijn uniek registratienummer meedelen. De aangifte moet persoonlijk en uiterlijk twee werkdagen voor de slachting gebeuren op de dienst Secretarie van de stad. Indien de opgegeven gegevens correct zijn zal een bewijs van aangifte van particuliere slachting worden afgeleverd. Dit bewijs is maar 8 dagen meer geldig. De particulier moet het aangiftebewijs bijhouden tot het einde van het jaar volgend op de slachting.
Register veehouder
Inzake diergeneesmiddelen voor dieren dienstig voor de voedselproductie dient elke veehouder sinds 2003 alle aanwezige geneesmiddelen op te nemen in het INITIEEL REGISTER. Vanaf dat ogenblik moet elke veehouder een inkomend register bijhouden van aangekochte geneesmiddelen (chronologisch klasseren en doorlopend nummeren van alle "toedienings- en verschaffingsdocumenten" en/of "voorschriften" die hij van de dierenarts ontvangt).
Elke veehouder die deelneemt aan het systeem van de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding (facultatief systeem waarin de veehouder over een reserve aan geneesmiddelen mag beschikken) moet vanaf dat ogenblik ook een uitgaand register (boek dat kan besteld worden bij DGZ-Torhout) bijhouden van alle door hemzelf toegediende geneesmiddelen.
DGZ-Torhout deelt mee dat bedrijven die geen geneesmiddelen en/of gemedicineerde voeders op het bedrijf hebben, toch het initieel register moeten invullen en wel als volgt: men vult het register in met alle bedrijfsgegevens, bij ‘benaming van het geneesmiddel’ schrijft men ‘NIHIL’, en men ondertekent het register. Het document moet daarna gewoon bewaard worden op het bedrijf zelf (dus niet opsturen).
Uitgebreide informatie: www.dierengezondheidszorg.be klikken op ‘geneesmiddelenregister’.
Voor specifieke vragen van veehouders: Dierengezondheidszorg-Vlaanderen VZW (verbond West-Vlaanderen) Industrielaan 29, 8820 Torhout, 050 230 530
Identificatie verplicht bij schapen en geiten
Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ), dienst I&R (Sanitel) staat ten dienste van veehouders en particulieren. Elke houder van schapen, geiten, herten, rundvee, varkens (vanaf 1 stuk) of pluimvee (vanaf 200 stuks) dient zich te laten registreren in Sanitel: www.dgz.be - i&r@dgz.be - DGZ, Deinse Horsweg 1, 9031 Drongen - tel. 070 220 023 - fax 070 220 122
Een nieuwe Europese regelgeving is van kracht op de identificatie en registratie van schapen en geiten. Verordening 21/2004 legt de verplichting op om schapen en geiten die geboren worden sinds 10 juli 2005 te merken met twee plastieken oormerken, één in elk oor. Deze verplichting geldt voor alle fokdieren.
Het bedrijfsregister: elke houder van schapen, geiten of hertachtigen is nog steeds verplicht om een register bij te houden waarin hij gemerkte dieren, aankopen, verkopen, slachting of sterfte inschrijft.
Vervoersdocument: Wanneer schapen en geiten worden vervoerd, dient de vervoerder een vervoersdocument op te stellen. Het huidig document is het model dat werd vastgelegd naar aanleiding van de mond- en klauwzeercrisis van 2001.
Voor gedetailleerde informatie: DGZ: tel: 070 220 023.
Schattingscommissie schade landbouw
Schade aan landbouwgewassen dient, op het ogenblik dat de schade veroorzaakt wordt, vastgesteld te worden door de Schattingscommissie. Deze commissie bestaat uit de volgende leden:
- De afgevaardigde van de burgemeester, zijnde schepen van landbouw.
- De bevoegde dienstchef van de plaatselijke controle der directe belastingen of zijn gemachtigde.
- De gewestingenieur van de buitendiensten van de afdeling ‘Structuur en Investeringen’ van het ALV (= Gewestingenieur).
- Een expert-landbouwer, door de burgemeester aangewezen: Jacques Vanhollebeke.
- Een expert-landbouwer, op voorstel van de Gewestingenieur aangewezen: Antoon Demarez of Noël Demeulemeester.
De schattingscommissie wordt administratief opgevolgd door de stedelijke milieudienst.
De bijeenroeping van de Commissie dient schriftelijk te gebeuren door de landbouwer.
Voor meer informatie kunt u steeds terecht bij de milieudienst op het nummer 056 733 478 of email: milieu@harelbeke.be.

